Daarom moet de richtlijn voor burn-outbehandeling in Nederland veranderen

Waarom CSR directeur Carolien Hamming zich elke dag inzet voor een nieuwe richtlijn voor burn-outbehandeling in Nederland? Welke reacties van cliënten met een burn-out haar motiveren? En waarom haar missie tot op de dag van vandaag nog steeds nodig is? Daarover gingen we uitgebreid met haar in gesprek. 

Burn-out

Laten we bij het begin beginnen. Hoe wordt een burn-out vastgesteld? Carolien vertelt: “Wanneer iemand burn-outklachten heeft, komt hij of zij waarschijnlijk eerst terecht bij de huis- of bedrijfsarts. Die beoordeelt de situatie aan de hand van de Nederlandse richtlijn, die in 2011 door beroepsverenigingen gezamenlijk is opgesteld. 

Maar hoewel wij (en de richtlijn) erover spreken alsof we precies weten wat het is, kunnen we een burn-out helemaal niet betrouwbaar vaststellen. Er bestaat geen wetenschappelijke consensus voor de diagnose en ook vragenlijsten, gesprekken of fysiologische metingen geven geen uitsluitsel. Dit komt doordat de definitie van burn-out sinds de jaren ’70 ingrijpend is veranderd. 

Burn-out begon als term die werkgerelateerde uitputting van Amerikaanse hulpverleners beschreef. Tegenwoordig heeft het een veel bredere betekenis. Niet alleen hulpverleners, maar iederéén kan uitgeput raken. En de oorzaak kan in het werk liggen, maar het kan ook komen door maatschappelijke verwachtingen of de thuissituatie. 

Volgens de richtlijn staat wél vast dat burn-out een louter psychisch probleem is. Wat de richtlijn negeert – en wat veel mensen niet weten – is dat er nog géén psychologische behandeling is gevonden, waarvan bewezen is dat het helpt. De richtlijn schrijft desondanks een vorm van cognitieve gedragstherapie voor die de hulpverleners moeten volgen. 

In het kort komt die aanpak hierop neer: de cliënt voelt zich wanhopig en mag een paar weken rust nemen en proberen zich te ontspannen. Daarna moet hij zijn psychische problemen onderkennen en leren deze beter op te lossen. Hierdoor verdwijnt de burn-out vanzelf en alles bij elkaar neemt zo’n drie maanden in beslag. Als dit niet lukt – wat vaak het geval is – heb je ‘onderliggende psychopathologie’ en volgt een verwijzing naar de specialistische GGZ.” 

Wisselwerking mind en body

Carolien vertelt dat deze visie de grootste tekortkoming is in de huidige burn-outbehandeling in Nederland. “Naast uitputtingsverschijnselen en tal van lichamelijke klachten hebben mensen met een burn-out inderdaad ook ernstige mentale problemen. Ze zijn gestrest, angstig, somber en emotioneel. Ik noem dat ‘pseudopsychopathologie’, die wordt veroorzaakt door onderliggende biologische oorzaken. 

Burn-out is namelijk het eindpunt van een lange periode overbelasting en chronische stress, die in het lichaam voor fysiologische over-activatie zorgde. Hierdoor raakt het hormoonstelsel in het lijf en brein ontregeld en dat heeft weer een negatieve invloed op het immuunsysteem en organen. Zo bekeken is burn-out een ‘hardware’-probleem. Dit los je niet op met werken aan mentale verandering (de software).” 

Een stukje geschiedenis

Waarom veel burn-outbehandelingen dan toch een psychosociale aanpak bevatten? Hier heeft Carolien een duidelijk antwoord op. “Een kort lesje geschiedenis: tot en met de eerste helft van de vorige eeuw was het stressonderzoek vooral lichamelijk gericht. Men ontdekte de vecht- en vluchtreactie en onderzocht de werking van stresshormonen, zoals cortisol en adrenaline. Tot invloedrijke psychologen in de jaren zestig ontdekten dat de manier waarop mensen een probleem ervaren, veel effect heeft op de stressreactie. 

Als je niet bang bent voor de tandarts, lig je op de tandartsstoel met een rustige hartslag. Maar als je wél bang bent, gaat je hartslag omhoog. Uit dit soort bevindingen concludeerde men: als je positief of probleemoplossend denkt, krijg je minder stress. Dat klopt natuurlijk. Maar vervolgens werd  

de wisselwerking met het lichaam vergeten en zijn we in dit denken massaal doorgeslagen. Hoewel je de psyche niet los kunt zien van het lichaam, begonnen experts te verkondigen dat de fysieke reacties genegeerd konden worden. Het lichaam werd afgeserveerd als onbelangrijk en als iets van de negentiende eeuw. De geest was veel machtiger.” 

De CSR-methode

“Deze manier van denken is nog steeds populair. Het past in onze maatschappij waar vaak wordt gedacht dat het leven maakbaar is. Zolang je maar positief bent, komt het wel goed met je. En je kunt bereiken wat je wil, zolang je je maar maximaal inzet. Door deze maatschappelijke overtuiging en een aantal zeer standvastige hoogleraren is de visie op het ontstaan van stressklachten en burn-out in 2022 nog altijd gebaseerd op het achterhaalde idee uit de jaren ‘60 van de ‘ontoereikende stresscoping’. 

Het resultaat? Het aantal mensen met burn-out is de afgelopen twintig jaar gestegen en een aanzienlijk deel van de werkende Nederlandse bevolking is oververmoeid en heeft stressklachten. En daarnaast blijft er verwarring over wat burn-out nou eigenlijk is, spreken wetenschappelijke onderzoeken elkaar consequent tegen en is er veel onbegrip over de vraag waarom de ene mens wel burn-out raakt en de andere niet. 

Ik ontvang dagelijks berichten van mensen die zich niet begrepen voelden, totdat ze de CSR-methode tegenkwamen. Mooi dat onze methode dat verschil maakt, maar ik vind het pijnlijk dat het nog altijd zo gaat. Deze mensen knappen onvoldoende op, omdat de onderliggende oorzaak (verstoorde fysiologie) niet wordt begrepen en aangepakt. Soms wordt zelfs gedacht dat ze niet opknappen, omdat zíj́ iets fout doen. Dat rechtzetten is precies wat mij drijft, en waarom ik mij elke dag hard maak om aan te tonen dat we niet om de biologie heen kunnen en dat de psychobiologische behandeling de enige manier is.” 

Duidelijke boodschap

Carolien is ervan overtuigd dat een burn-outbehandeling gebaseerd op de psychobiologische inzichten, zoals de CSR-methode, gemeengoed moet zijn. En dat fysiek herstel altijd voorop moet staan, bij behandeling én preventie. “Als we massaal rekeninghouden met onze eigen individuele herstelbehoefte, hoeft niemand meer burn-out te raken. 

Gelukkig wordt deze manier van denken steeds meer omarmd. Experts die het toepassen merken dat onze methode werkt en vragen zich af waarom dit nog niet algemeen bekend is en in de richtlijnen staat. Dus tegen diegenen die nog steeds vasthouden aan de consensus wil ik maar één ding zeggen: erken de rol van biologie bij stress en burn-out. Wacht niet op nóg meer bewijs dan dat er al is, maar stel je op de hoogte van de biologische mechanismen achter chronische stress en gebruik je verstand. Het is namelijk zó logisch!” 

Begeleid jij cliënten met een burn-out en wil je graag weten hoe je onze wetenschappelijk onderbouwde methode toepast in de praktijk? Schrijf je dan snel in voor onze cursus en ga effectief coachen volgens de CSR-methode!