ONDERZOEK: effect CSR-coaching significant

Peter de Bruin voerde afgelopen jaar een onderzoek uit  bij CSR Centrum in het kader van zijn opleiding tot bedrijfsarts bij de NSPOH. Het onderzoek vond plaats bij 20 cliënten, in behandeling bij CSR vanwege stressgerelateerde klachten. 

Naast vragenlijstonderzoek wordt bij CSR-cliënten ook een meting met behulp van biofeedbackapparatuur uitgevoerd, de zogenaamde ‘psycho-fysiologische meting’ (PF-meting). Deze meting checkt de balans tussen de sympathische en parasympathische activiteit, in rust en bij mentale inspanning. Zo ontstaat een beeld van de mate van fysiologische stress en van het herstelvermogen van de cliënt. De resultaten van de meting helpen CSR-coach en cliënt ook bij het vinden van de meest effectieve interventies bij het desbetreffende klachtenbeeld.

Uit het onderzoek kunnen twee belangrijke conclusies worden getrokken:

  1. de scores op de vragenlijsten waren bij de eindmeting zodanig verbeterd ten opzichte van de nulmeting, dat van een ‘significant[1] effect’ kan worden gesproken.
  2. er bleek een opvallend verband te zijn tussen de gemeten ademfrequentie tijdens de PF-meting en het aantal coachsessies: hoe hoger het aantal ademhalingen per minuut, hoe meer coachsessies er nodig waren.

 Als algemene tendens kwam naar voren dat acute stress samengaat met een verhoogde sympathische activiteit, maar dat er bij chronische stress juist sprake kan zijn van sympathische onderactiviteit.

Dit laatste kan een aanwijzing zijn voor energetisch hersteltekort. Hetgeen spoort met een veelgehoorde klacht van cliënten met chronische stress: zij blijven zich vermoeid voelen, óók nadat zij gerust of (lang) geslapen hebben.

Ook de PF-metingen toonden bij de eindmeting een duidelijke verbetering ten opzichte van de nulmeting, maar deze was net niet significant te noemen. Het sterkst verbeterden de ademfrequentie en de hartslagfrequentie, wat volgens De Bruin “(…) duidelijke aanwijzingen zijn voor een verbeterde zelfregulatie en een betere balans in het autonome zenuwstelsel”.

Tevens vond hij opvallende verbanden tussen enerzijds ademfrequentie en angst en anderzijds huidgeleiding en depressie. Hoe angstiger de cliënt hoe hoger de ademfrequentie. Hoe depressiever de cliënt, hoe lager de huidgeleiding. Deze verbanden vond hij ook terug in de literatuurstudie die aan dit onderzoek was verbonden.

Lees hier het hele onderzoek

 

[1] de uitkomst (bijv. een verschil tussen twee gemiddelden) berust met 95% zekerheid niet op toeval