Vorig jaar had nog één op de acht mensen in Nederland last van werkstress, nu is dat één op de zeven. Dat blijkt uit cijfers van Onderzoeksinstituut TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek, die maandag worden gepubliceerd. Met ruim één miljoen werknemers die aangeven met werkstress te maken te hebben, blijft dat beroepsziekte nummer één in Nederland.

Van maandag 16 tot en met donderdag 19 november houdt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de tweede keer de Week van de Werkstress. Dit keer is er vooral aandacht voor jongeren. Die groep loopt het grootste risico op een burn-out, stellen het ministerie en de onderzoekers.

Minister Lodewijk Asscher lanceerde de werkstresscampagne in mei 2014. Een van de aanleidingen was dat het vaak nog taboe is om over het onderwerp te praten. Het ministerie controleert sindsdien extra op gezonde werktijden, werkdruk en agressie op de werkvloer.

In een opiniestuk in Trouw uitten hoogleraren Michiel Kompier en Sabine Geurts eind vorig jaar kritiek op de aanpak van Asscher. Die richt zich, volgens de twee, te veel op de eigen verantwoordelijkheid van werknemers. Buiten zicht blijft zo, dat de aard van veel werk de afgelopen jaren sterk veranderd is, op een manier die voor extra stress zorgt. “Asscher speelt werkgevers in de kaart door hen buiten schot te houden. Werkgevers kiezen namelijk al jaren voor de gemakkelijkste weg als het gaat om de aanpak van werkstress. Werknemers krijgen een cursus relaxatietraining of timemanagement aangeboden. Pure symptoombestrijding!”

Bron: Trouw.nl