In een recent verschenen review-artikel in Frontiers in Psychology brengen Rebecca Vandenabeele, Margot Joosen en Arno van Dam de wetenschappelijke definities van burn-out en chronische stress systematisch in kaart. Hun conclusie: het ontbreekt aan conceptuele helderheid en een biopsychosociaal perspectief is noodzakelijk om burn-out goed te begrijpen.
Dit artikel vormt het eerste wetenschappelijke resultaat uit het promotieonderzoek van CSR-collega Rebecca Vandenabeele, uitgevoerd binnen de Academische Werkplaats Arbeid en Gezondheid | Tranzo (Tilburg University).
Benieuwd naar de belangrijkste inzichten? Hieronder vind je een samenvatting.
Wil je het volledige artikel lezen? Het volledige artikel is open-access beschikbaar via de knop hieronder.
Samenvatting van het artikel
Burn-out is een systeemcrisis
Er wordt al jarenlang gediscussieerd over wat burn-out precies is. Niet zo vreemd, want het begrip wordt op verschillende manieren gebruikt. Dit artikel laat zien waar de uiteenlopende opvattingen vandaan komen en pleit voor een biopsychosociaal perspectief om burn-out beter te begrijpen.
Burn-out of klinische burn-out?
Niet iedereen met burn-outklachten ervaart die in dezelfde mate klachten. Daarom wordt vaak onderscheid gemaakt tussen ‘burn-out’ en ‘klinische burn-out’.
Bij burn-out gaat het om relatief milde klachten, zoals snel overprikkeld zijn en aanhoudende, maar nog hanteerbare vermoeidheid. Mensen functioneren vaak nog redelijk en kunnen doorgaans blijven werken. Deze klachten ontstaan door een periode van verhoogde stress.
Bij klinische burn-out is het beeld ernstiger. Er is sprake van zware lichamelijke en psychische klachten, met vaak langdurige uitval van werk. Dit ziektebeeld wordt in verband gebracht met langdurige en aanhoudende stress en overbelasting. Longitudinaal onderzoek laat zien dat mensen 7 jaar na diagnose nog steeds klachten kunnen ervaren van vermeerderde stressgevoeligheid en cognitieve problemen.
Geen eenduidige definitie
Over het verband tussen chronische stress en burn-out bestaat weinig discussie. In een recente review-artikel1, 2 onderzoeken CSR-collega Rebecca Vandenabeele, Margot Joosen en Arno van Dam daarom wat chronische stress is, hoe dit begrip in de wetenschap wordt gedefinieerd en gemeten en of deze meetmethoden geschikt zijn om (klinische) burn-out mee te diagnosticeren.
Een belangrijke conclusie in dit artikel is dat er een fundamenteel probleem bestaat: er is geen eenduidige definitie. Niet van burn-out (dat wisten we eigenlijk al), maar óók niet van chronische stress.
Dat heeft verstrekkende gevolgen. Zonder heldere definities wordt het lastig om onderzoek te vergelijken, betrouwbare meetinstrumenten te ontwikkelen en consistente diagnoses te stellen.
Burn-out is méér dan een werkprobleem
In de wetenschappelijke literatuur zijn inmiddels meer dan 80 verschillende definities van burn-out te vinden. Wat veel van deze definities gemeen hebben, is de aanname dat burn-out door het werk ontstaat. Ook de World Health Organization definieert burn-out als het gevolg van chronische werkgerelateerde stress die niet succesvol is gemanaged. De auteurs laten echter zien dat deze benadering te beperkt is.
Chronische stress ontstaat niet alleen op het werk. Mantelzorg, financiële problemen, discriminatie, sociale isolatie, mentale of fysieke gezondheidsproblemen, of piekeren kunnen net zo goed leiden tot aanhoudende stress. De onderliggende oorzaak -chronische stress- beperkt zich dus níet alleen tot het werk.
Daarbij komt dat stress en burn-out elkaar beïnvloeden. Aangetoond is dat chronische stress leidt tot mentale en fysieke vermoeidheid en cognitieve disfuncties, maar die zorgen op hun beurt ook weer voor extra stress. Zo ontstaan vicieuze cirkels waarin stress en burn-out elkaar versterken, zowel thuis als op het werk.
Wat is chronische stress?
In de wetenschappelijke literatuur wordt chronische stress grofweg op twee verschillende manieren benaderd.
In de psychosociale benadering verwijst het naar langdurige blootstelling aan stressoren, zoals werkdruk, financiële zorgen of mantelzorg. In de biologische benadering gaat het juist om de aanhoudende fysiologische stressrespons, waarbij stresssystemen niet meer tot rust komen en er ontregelingen ontstaan in het zenuwstelsel.
Deze begripsverwarring lijkt theoretisch, maar heeft grote praktische gevolgen. Zonder conceptuele helderheid wordt het lastig om onderzoek te interpreteren, laat staan om klinische conclusies te trekken.
Psychosociale chronische stress gaat gepaard met meetbare ontregelingen
Wanneer wordt gekeken naar hoe chronische stress het best kan worden gemeten, lijkt een geïntegreerde benadering het meest geschikt. De review biedt sterke onderbouwing voor het biopsychosociale model, waarin chronische stress wordt gezien als het resultaat van een dynamische wisselwerking tussen biologische, psychologische en sociale factoren.3
Psychosociale chronische stress gaat gepaard met meetbare ontregelingen en slijtage in fysiologische systemen, waaronder:
- de HPA-as, met verstoring van cortisolafgifte (zowel in het niveau van afgifte als en in het 24-uurs ritme).
- het autonome zenuwstelsel, onder andere zichtbaar in een verlaagde hartslagvariabiliteit.
- het immuunsysteem, met chronische laaggradige ontsteking (bijvoorbeeld een lichte maar constante verhoging van het signaalstofje CRP).
- Versnelde biologische veroudering door telomeerverkorting.
- metabole processen, waaronder mitochondriale ontregeling die o.a. je energieregulatie aantast.
Deze cumulatieve slijtage staat bekend als ‘allostatische belasting’.
Slaapstoornissen en cognitieve klachten (zoals problemen met aandacht, geheugen en executieve functies) blijken bovendien geen bijverschijnselen te zijn, maar kernfactoren. Ze zijn zowel gevolg van chronische stress als een mechanisme dat de stress in stand houdt.
Er is geen burn-out test
Een andere belangrijke conclusie is dat geen enkel meetinstrument op zichzelf geschikt is voor klinische diagnostiek.
Burn-outvragenlijsten brengen klachten in kaart, maar missen voldoende validiteit4 om als diagnostisch instrument te dienen.5
Biomarkers zoals cortisol of ontstekingswaarden zijn waardevol voor onderzoek, maar te wisselend voor individuele diagnostiek. De individuele verschillen zijn simpelweg te groot: wat bij de één een verhoogde waarde is, kan bij een ander de basiswaarde zijn.
Voor een zorgvuldige diagnose is daarom meer nodig: een gedegen klinisch interview met aandacht voor de context en inzicht in het beloop van klachten over de tijd. Dat is overigens niet uniek voor burn-out: hetzelfde geldt voor depressie, angststoornissen en andere psychische aandoeningen.
Van statische labels naar systeemdynamica
De auteurs pleiten ervoor om te stoppen met het zoeken naar die ene oorzaak, of die ene beslissende test. In plaats daarvan is een andere manier van denken nodig: van lineair naar systeem-dynamisch.
Burn-out is dan niet het eindpunt van een simpel oorzaak-gevolg model (“A leidt tot B”), maar het resultaat van een complex, dynamisch proces dat zich over de tijd ontwikkelt. In dat proces spelen feedbackloops een centrale rol: stress leidt tot veranderingen in het lichaam en gedrag, die op hun beurt de stress verder versterken en andere systemen beïnvloeden. (“A leidt tot B, B beïnvloedt A, waardoor C sterker wordt … enz.”)
Een voorbeeld van dynamische feedbackloops en een neergaande spiraalNeem een man die langdurig een hoge werkdruk ervaart (sociale factor), een groot verantwoordelijkheidsgevoel heeft en ook moeite heeft met grenzen stellen (psychologische factoren). Om aan de eisen te kunnen voldoen, neemt hij geen pauzes en maakt hij lange dagen. Dat verhoogt zijn (nor)adrenaline- en cortisolniveaus (biologische factor), wat weliswaar extra energie geeft en zijn alertheid vergroot, maar ook voor meer vermoeidheid en spanning zorgt (biologische en psychologische factoren). De vermoeidheid en ervaren spanning maken dat hij thuis kribbig is en ruzie maakt. Hij heeft geen zin meer om iets met de kinderen te doen en geen energie voor de sportschool. Hij kan uren kijken naar filmpjes op Instagram. Dit alles versterkt de afgifte van stresshormonen, die zijn slaap verstoren, waardoor voldoende herstel uitblijft. Hij grijpt dagelijks naar koekjes, pizza en cafeïne, terwijl zijn immuunsysteem extra geprikkeld raakt en er laaggradige ontstekingen ontstaan. Zijn stresssysteem staat voortdurend ‘aan’ waardoor het hersteltekort en de vermoeidheid toenemen. Hij krijgt last van migraine, stijve spieren en hartkloppingen. Ook heeft hij moeite met concentreren en onthouden, waardoor hij vaak fouten maakt. Thuis is er vooral onbegrip voor zijn ‘grenzeloze loyaliteit’ aan het werk. Op een dag staat hij in de supermarkt met een kar vol boodschappen en is hij zijn betaalkaart vergeten. Hij barst in huilen uit en kan dat niet meer stoppen. Zo versterken sociale, psychologische en biologische processen elkaar in een neerwaartse spiraal. |
Chronische stress leidt tot een kantelpunt
Als de stress maar lang genoeg duurt en voldoende herstel uitblijft, wordt uiteindelijk een ‘tipping point’ of kantelpunt bereikt. Op dat moment kan een relatief kleine gebeurtenis, zoals een vervelende e-mail, een lekke band, een terloopse opmerking, voldoende zijn om het hele systeem te laten instorten, zowel lichamelijk als psychisch.
In deze benadering is burn-out geen ziekte (zoals de griep) en ook geen logisch eindpunt van één oorzaak. Burn-out is het resultaat van de dynamiek tussen cumulatieve verstoringen in lichaam, psyche en sociale context. Burn-out is daarmee een systeemcrisis.
Noem burn-out een Chronische Stress Syndroom
Vanuit dat perspectief stellen de auteurs voor om de term ‘klinische burn-out’ te vervangen door Chronische Stress Syndroom (CSS). Deze benaming doet meer recht aan de aard van de aandoening: een ernstige, complexe crisis die ontstaat door langdurige stress in meerdere levensdomeinen, niet uitsluitend in het werk.
Kerninzichten
|
Wat betekent dit voor de praktijk?
Een goede beoordeling van stressgerelateerde klachten vraagt om een integratieve systeem-benadering. Vragenlijsten of biologische tests kunnen helpen, maar zijn nooit voldoende op zichzelf. Essentieel is een klinisch interview, met aandacht voor de mentale én fysieke symptomen, de ontstaansgeschiedenis, de sociale context waarin iemand functioneert, de persoonlijkheid, coping en het herstelgedrag. Alleen door het hele systeem te begrijpen, kan passende begeleiding en behandeling plaatsvinden.
Noten
(1) Rebecca Vandenabeele, Margot Joosen, Arno van Dam. Chronic stress in relation to clinical burnout: an integrative scoping review of definitions and measurement approaches. Frontiers in Psychology, vol. 16, 12 dec. 2025.
(2) Het artikel is een scoping review. Dat is een type literatuuronderzoek dat een breed overzicht geeft van wat er op een bepaald onderwerp bekend is. Het doel is niet om één specifieke onderzoeksvraag te beantwoorden, maar om concepten, definities, onderzoeksmethoden en kennislacunes in kaart te brengen binnen een onderzoeksveld.
(3) Er werden 45 systematische reviews onderzocht, die samen meer dan 2000 afzonderlijke studies omvatten.
(4) Validiteit betekent dat een vragenlijst daadwerkelijk meet wat zij beoogt te meten en dat de uitkomsten geschikt zijn om betrouwbare conclusies te trekken.
(5) De Maslach Burnout Inventory (wereldwijd sinds eind vorige eeuw ‘de gouden standaard’ bij burn-out onderzoek op het werk), is enkel geschikt voor grootschalig onderzoek, omdat de lijst onvoldoende stabiele resultaten oplevert om met voldoende nauwkeurigheid uitspraken over individuele mensen te kunnen doen. Hoewel de Burnout Assessment Tool (de BAT) mensen met ernstige burnout klachten lijkt te kunnen onderscheiden van mensen met milde of geen klachten, is ook deze vragenlijst nog onvoldoende gevalideerd voor diagnostisch gebruik. De scores kunnen gebruikt worden als indicaties, maar geven geen uitsluitsel.
Meer weten over de biopsychosociale benadering bij stresscoaching?
We leren je alles over deze benadering tijdens onze geaccrediteerde opleidingen.